mbo-advies.nl

Webhosting bij Van de Water Mediatechnologie

Meer informatie Middelbaar beroepsonderwijs

Het middelbaar beroepsonderwijs (afgekort mbo) is een Nederlandse onderwijsvorm.

Instroom en doorstroom in het Nederlandse MBO.De meeste mbo-opleidingen zoals bouw, techniek, zorg, sociale beroepen, economische beroepen worden gegeven op Regionale Opleidingencentra (roc's). Deze opleidingen vallen onder het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Groene opleidingen (landbouw-, tuinbouw, bosbouw, voeding, dierenhouderij) worden gegeven op Agrarische Opleidingscentra of aoc's . Deze vallen onder het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Daarnaast zijn er vakinstellingen; zij verzorgen mbo-opleidingen in één branche (bijvoorbeeld grafische vormgeving). Behalve instellingen bekostigd door een van de ministeries, zijn er ook nog talloze particuliere opleidingsinstituten die erkende mbo-diploma's mogen afgeven.

Niveau

Mbo-opleidingen worden gegeven op vier verschillende niveaus:

  • niveau 1: assistent beroepsbeoefenaar (geen startkwalificatie)
  • niveau 2: medewerker / basisberoepsbeoefenaar
  • niveau 3: zelfstandig medewerker / zelfstandig beroepsbeoefenaar / vakopleiding
  • niveau 4: middenkaderfunctionaris / gespecialiseerd beroepsbeoefenaar (geeft toegang tot hbo)
Het mbo kent geen Centraal Examen zoals bij het voortgezet onderwijs. De inhoud van de opleidingen is landelijk bepaald (of in eindtermen of in competenties) maar iedere onderwijsinstelling bepaalt zelf de wijze waarop dit wordt geëxamineerd, dit kan met behulp van eigen ontwikkelde toetsen, of examens van landelijke organisaties. Om te voorkomen dat dit tot grote verschillen in eindniveau leidt, ziet de Inspectie van het Onderwijs toe op de onderwijsprogrammering en examinering.

Toelating

Tot het MBO wordt men toegelaten als men reeds enkele jaren voortgezet onderwijs achter de rug heeft, meestal een vmbo-opleiding of enkele jaren havo of vwo:

  • voor niveau 1 geldt een drempelloze instroom;
  • voor niveau 2 heeft men minimaal een vmbo-diploma (Basisberoepsgerichte leerweg) nodig. Soms geldt een drempelloze instroom, namelijk wanneer er geen verwante {"onderliggende"} niveau 1 opleiding bestaat. Men moet dan minimaal 16 jaar zijn;
  • voor niveau 3 en 4 is minimaal een vmbo-diploma (Kaderberoepsgerichte leerweg, Gemengde leerweg of Theoretische leerweg) of overgangsbewijs van Havo/vwo 3 naar Havo/vwo 4 nodig;
  • met een havo- of vwo-diploma op zak kan de leerling aan een versneld traject deelnemen.

Onderwijbeurs

In Nederland bestaan er diverse beurzen waar scholieren zich jaarlijks kunnen informeren over vervolgstudies aan het middelbaar beroepsonderwijs. Enkele beurzen zijn onder andere:

  • Onderwijsbeurs Zuid-Nederland in het Beursgebouw Eindhoven in Eindhoven
  • Beroepskeuzebeurs West-Nederland in de Evenementenhal Rijswijk in Rijswijk
  • Beroepskeuzebeurs Midden-Nederlandin de Jaarbeurs Utrecht in Utrecht
  • Beroepskeuzebeurs Groot-Amsterdam in de Amsterdam RAI in Amsterdam
  • Studiebeurs Zwolle in de IJsselhallen in Zwolle
  • Studie Beurs in de Jaarbeurs in Utrecht

Historiche ontwikkeling

Het middelbaar beroepsonderwijs is tot 1990 een niet bestaand fenomeen in de Nederlandse onderwijswereld. Wel bestaat er een groot aantal opleidingen voor de beroepen waar nu de ROC's voor verantwoordelijk zijn, vaak in combinatie met een verwante opleiding op het niveau waar nu het HBO verantwoordelijk is. Dit zijn echter allemaal zelfstandige, op een kleine beroepensector gerichte scholen. Deze scholen zijn ontstaan vanuit de behoefte van beroepsgroepen aan scholing voor de toekomstige beoefenaren van het beroep. Naast de beroepssector waarvoor wordt opgeleid zijn zeker de scholen voor de klassiekere beroepen ook nog gesticht vanuit de verschillende zuilen waarin de Nederlandse samenleving tot ongeveer 1970 opgedeeld was. De scholen worden steeds meer geconfronteerd met de spanning tussen regelgeving ten aanzien van bekostiging door het Rijk enerzijds, en een steeds snellere verandering van de kennis en vaardigheden die in de verschillende beroepen van beginners gevraagd worden anderzijds. Vanuit de politiek wordt ook gezien dat veel kleine scholen moeilijk kunnen inspelen op de maatschappelijke veranderingen. Rond 1985 worden de HBO-opleidingen gefuseerd en eventueel gescheiden van de MBO-opleiding. Rond 1990 worden de MBO-opleidingen gefuseerd. Deze fusies worden in de scholen vaak als gedwongen ervaren, omdat de bekostiging door het rijk het voortbestaan van kleine scholen onmogelijk maakt. In 1996 wordt de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB) van kracht, die de in de fusiegolf van 1990 ontstane scholen (om dezelfde reden) tot een nieuwe fusieronde dwingt. De ontstane scholen in het middelbaar beroepsonderwijs heten vanaf dat moment Regionaal opleidingencentrum of ROC. De samengevoegde agrarische scholen (vallend onder het Ministerie van LNV) heten Agrarisch opleidingscentrum of AOC. Het MBO staat in die tijd bekend als BVE (Beroepsonderwijs en Volwassenen Educatie). Inmiddels hoort de volwasseneneducatie niet meer automatisch tot het werkterrein van de regionale opleidingencentra en wordt weer gesproken over de MBO-sector.

bron: Wikipedia

Aangepast zoeken